Bij zonnepanelen ook aftrek btw deel woning?

Btw zonnepanelen

ZonnepanelenDat ook particulieren de btw op hun zonnepanelen kunnen terugvragen, staat vast. Dit vanwege het feit dat ze een deel  van de opgewekte energie aan het energiebedrijf verkopen en daarvoor dus ook als ondernemer aangemerkt kunnen worden.

Ook de btw op de woning?

In een uitspraak uit 2017 had het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een ondernemer beslist dat deze wel een deel van de btw op zijn ook zakelijk gebruikte woning terug kon krijgen. In die uitspraak besliste het hof dat een deel van het dak van de woning vanwege de zonnepanelen als zakelijk kon worden aangemerkt. Dit leidde tot aftrek van de btw die op dit deel rustte. In cassatie bleef dit overeind.

Aangeschaft als ondernemer?

Onlangs kwam de vraag aan de orde of particulieren ook een deel van de btw op de woning waarop de zonnepanelen geplaatst zijn, terug kunnen krijgen. Volgens de rechtbank in Noord-Holland is voor particulieren van belang of de woning is aangeschaft ‘in de hoedanigheid van ondernemer’. Dit is volgens de rechtbank in deze zaak niet het geval, mede gelet op de aard van het goed. Aftrek van een deel van de btw op de woning is daarom niet mogelijk.

Privédoeleinden

De woning is volgens de rechtbank naar haar aard bestemd voor privédoeleinden. Dat bij de aanschaf van de woning rekening is gehouden met de mogelijkheid om zonnepanelen te plaatsen, is niet voldoende om te concluderen dat de woning in de hoedanigheid van ondernemer is gekocht. Ook speelt mee dat de zonnepanelen bestemd zijn om het eigen energiegebruik te verminderen.

Heeft u vragen over de aftrek van btw op zonnepanelen, neem dan contact met ons op.

Aanvragen zorgbonus per 15 juni gestart

Omvang afhankelijk van aantal aanvragen

MondkapjeDe omvang van de zorgbonus voor 2021 is afhankelijk van het aantal aanvragen. Naar verwachting zal de bonus tussen de € 200 en € 240 netto bedragen.

Uitzonderlijke prestatie

Voorwaarde voor de bonus is dat de medewerker in de zorg in de periode 1 oktober 2020 tot 15 juni 2021 een uitzonderlijke prestatie heeft geleverd vanwege corona, door onder uitzonderlijke omstandigheden zorg te bieden. Het voortzetten van de normale werkzaamheden, al dan niet in aangepaste vorm, is niet als uitzonderlijke prestatie aan te merken.

Voorbeeld van uitzonderlijke prestatie: overwerk

Medewerkers die extra uren hebben gewerkt als direct gevolg van de strijd tegen corona en daardoor bijvoorbeeld geen vakantie of verlof konden opnemen, komen bijvoorbeeld in aanmerking voor de bonus. 

Voorwaarden

Verder geldt als voorwaarde dat de medewerker niet meer dan twee keer modaal mag verdienen. Een medewerker kan maximaal één keer voor de bonus in aanmerking komen. De aanvrager van de bonus mag geen extra voorwaarden aan de bonus stellen.

Let op! Zorgaanbieders kunnen de bonus ook aanvragen voor ingehuurde zzp’ers. Ook voor uitzendkrachten kan de bonus worden aangevraagd.

Waar aanvragen?

Zorgaanbieders kunnen de bonus voor hun medewerkers aanvragen bij het loket van DUS-I. Pgb-budgethouders kunnen een aanvraag indienen bij de SVB. Hier is ook meer info beschikbaar.

Zorgbonus

Vanwege corona hadden werkenden in de zorg ook in 2020 recht op een zorgbonus. Die bedroeg € 1.000 netto. Omdat die bonus voor meer werkenden werd aangevraagd dan verwacht, is er voor de bonus in 2021 minder geld beschikbaar.

Eénloketsysteem btw niet voor fiscale eenheid

Uitleg OSS-systeem

VlaggenHet OSS-systeem (One Stop Shop) kan gebruikt worden wanneer e-commerce diensten en afstandsverkopen aan consumenten en ondernemers die geen btw-aangifte doen en wonen in andere lidstaten van de EU, samen een omvang hebben van meer dan € 10.000. Komen de afstandsverkopen boven dit bedrag uit, dan berekent de ondernemer de btw van het land waar de afnemer woont. De ondernemer moet de btw daar ook afdragen en er aangifte doen. Hij kan vanaf 1 juli echter ook kiezen voor het OSS-systeem. In dit systeem kan de ondernemer de in andere EU-landen verschuldigde btw aangeven en afdragen bij de Nederlandse Belastingdienst. 

Werkmaatschappij

Zoals eerder gezegd kan een fiscale eenheid dus niet deelnemen aan de OSS. Ondernemingen die deel uitmaken van een fiscale eenheid kunnen zich daarentegen wel aanmelden voor het OSS-systeem. Inschrijving vindt namelijk plaats op het niveau van de werkmaatschappij met het btw-identificatienummer van de werkmaatschappij dat de leveringen verricht. Op de vraag of de aanvrager onderdeel is van een fiscale eenheid moet men het antwoord ‘nee’ invullen. 

Let op! Zijn er meerdere onderdelen binnen de fiscale eenheid die leveringen verrichten, dan moet men deze afzonderlijk registreren.

Heeft u vragen over registratie in het OSS-systeem, neem dan contact met ons op.

Kabinet maakt premieverlaging AWf bekend

Schrappen BIK

VirusEerder maakte het kabinet bekend dat de BIK met terugwerkende kracht tot 1 januari van dit jaar geschrapt wordt. Dit vanwege het feit dat de Europese Commissie waarschijnlijk niet met de regeling akkoord zal gaan. De BIK was bedoeld om in de huidige coronatijd de investeringen aan te jagen.

Zelfde doelgroep

Met de verlaging van de AWf-premie zorgt het kabinet ervoor dat het voordeel van de BIK bij dezelfde doelgroep terecht komt, namelijk bedrijven met personeel in dienst. De BIK kon namelijk alleen met de loonheffingen verrekend worden.

Verlaging hoge en lage AWf-premie

Zowel de hoge als de lage AWf-premie worden verlaagd. De lage premie is met name van toepassing op werknemers met een vast contract. De hoge AWf-premie daalt van 7,7% naar 5,34%. De lage AWf-premie daalt van 2,7% naar 0,34%. Op deze manier blijft het wettelijke verschil tussen de hoge en lage premie van 5%-punt gehandhaafd.

Ingangsdatum 1 augustus

Het is de bedoeling dat de verlaging per 1 augustus van dit jaar ingaat. De verlaging moet namelijk nog op uitvoerbaarheid worden getoetst en wordt waarschijnlijk per 24 juni definitief.

Advieswijzer Zakendoen met uw eigen bv 2021

Investeren in eigen bedrijfspand

Zakendoen eigen bvIn de huidige markt – en met de gevolgen van de coronacrisis voor de meeste ondernemers duidelijk merkbaar – is het investeren in en het financieren van eigen vastgoed bepaald geen sinecure. Mocht u wel de mogelijkheden hebben om te investeren in een eigen bedrijfsruimte, dan is het de vraag wie er gaat investeren. U als dga? Het bedrijfspand komt dan op uw naam te staan. Of kunt u beter kiezen voor een investering vanuit de bv?

Let op! Investeren vanuit privé of vanuit de bv wordt fiscaal verschillend behandeld. Wat in uw situatie het voordeligst is, kunnen wij u voorrekenen.

Op naam van de bv

De keuze om het eigen bedrijfspand vanuit de bv aan te houden, wordt – naast de fiscaliteit – ook bepaald door de aanwezige bedrijfsrisico’s en uw toekomstplannen. We zien vaak dat het bedrijfspand wordt afgezonderd van de risico’s van de onderneming. Zeker als het pand tevens dient als beleggingsobject, bijvoorbeeld als belegging van reeds opgebouwde pensioengelden in eigen beheer. Vanuit de bv wordt het pand vervolgens verhuurd aan de werkmaatschappij. De huuropbrengsten – na aftrek van onder meer afschrijvingen en financieringskosten – zijn als winst onderworpen aan de heffing van vennootschapsbelasting. Een latere winst of verlies bij verkoop behoort eveneens tot de fiscale winst.

Tip! Het onderbrengen van het bedrijfspand in een aparte bv maakt een toekomstige bedrijfsoverdracht gemakkelijker te structureren en te financieren.

Op naam van de dga

Kiest u ervoor om vanuit privé te investeren in een pand en verhuurt u dit privépand aan uw bv, dan valt het pand onder de terbeschikkingstellingsregeling (TBS-regeling). De huurinkomsten, afschrijvingen en exploitatielasten alsmede boekwinsten en verliezen op het pand behoren tot uw box 1-inkomen. Let wel: bent u gehuwd en behoort het pand tot de algehele of beperkte gemeenschap van goederen, dan wordt dit box 1-inkomen voor 50/50 aan u en uw echtgen(o)t(e) toegerekend.

Voor de hoogte van de fiscaal aftrekbare afschrijvingslasten moet u rekening houden met een beperking. Dat geldt ook als de bv het bedrijfspand aanhoudt. Afschrijving is niet meer mogelijk als de boekwaarde van het pand de bodemwaarde heeft bereikt. Deze bodemwaarde is sinds 1 januari 2019 in de meeste gevallen beperkt tot 100% van de WOZ-waarde van het pand.

Let op! Voor een recent in eigen gebruik genomen pand waarop al voor 1 januari 2019 is afgeschreven, geldt een overgangsregeling van maximaal drie boekjaren. Stel dat een pand in juli 2018 in gebruik is genomen, dan gelden in 2019, 2020 en 2021 nog de bestaande afschrijvingsregels van 2018.

Tip! Onder de TBS-regeling worden de opbrengsten weliswaar belast tegen het progressieve IB-tarief tot maximaal 49,5%, effectief is dit voor de dga maar 43,56%. U profiteert namelijk van de TBS-vrijstelling van 12% (2021)!

Geldleningen

Iedere transactie tussen u en de bv moet zakelijk verlopen. Dat geldt ook voor de geldverstrekking tussen de dga en de bv. Denk hierbij aan een schriftelijke leningsovereenkomst met daarin in ieder geval een aflossingsschema en een reëel rentepercentage. Bovendien moeten er zekerheden zijn gesteld. Om te beoordelen of de overeenkomst zakelijk is, moet u zichzelf afvragen of u of de bv een dergelijke leningsovereenkomst tegen dezelfde voorwaarden ook zou zijn aangegaan met een onafhankelijke derde.

Tip! Heeft u al een leningsovereenkomst, laat deze dan regelmatig door ons checken. Zo bent u er zeker van dat alles nog steeds in orde is.

Lenen aan de bv

Leent u geld aan uw bv, dan is de zakelijke rente die de bv aan u betaalt als bedrijfslast aftrekbaar in de vennootschapsbelasting. U zelf krijgt te maken met de TBS-regeling. Dat betekent dat de rente op de geldlening in box 1 progressief is belast. Ook hiervoor geldt de TBS-vrijstelling van 12%. Wordt er een onzakelijk hoge rente afgesproken? Dan wordt voor de aftrekbare rente (bij de bv) en de belastbare rente (bij de dga) uitgegaan van een normale zakelijke rente. Het meerdere, niet-zakelijke voordeel wordt mogelijk gezien als een vermomde winstuitdeling en is bij u belast in box 2 (aanmerkelijk belang) en bij de bv (als verkapt dividend) niet aftrekbaar.

Lenen van de bv

Leent u geld van uw bv, dan kunt u dit doen in uw hoedanigheid als werknemer of als aandeelhouder. Het is belangrijk om dit van tevoren vast te stellen, omdat de fiscale gevolgen in beide situaties anders zijn.

Let op! Voorkom bij het lenen dat de bv in financiële problemen kan komen. De bv moet aan haar (betalings)verplichtingen kunnen blijven voldoen. Dit is van nog groter belang als de bv ook een pensioen of stamrecht in eigen beheer heeft.

Bij een personeelslening – u leent in uw hoedanigheid als werknemer – kan sprake zijn van een rentevoordeel. Dat is het geval als u geen of minder rente betaalt over de lening dan bij een kredietverlener. Het rentevoordeel vormt voor de waarde in het economisch verkeer belastbaar loon. Deze waarde kunt u bepalen door de rente van verschillende banken te vergelijken. Het belaste rentevoordeel kan worden opgenomen in de ‘vrije ruimte’ van de werkkostenregeling. Vanwege de coronacrisis is de vrije ruimte in 2021 verruimd en bedraagt de vrije ruimte 3% van de loonsom tot € 400.000 en 1,18% over het meerdere van de loonsom.

Er is een uitzondering als u de personeelslening gebruikt voor de eigen woning. Het rentevoordeel van een dergelijke lening moet tot uw belastbaar loon worden gerekend. Het voordeel is loon in natura waarover uw bv als werkgever verplicht loonheffingen moet berekenen. Het belaste rentevoordeel mag dus niet worden opgenomen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Wel mag u het belastbare eigenwoningrentevoordeel in aftrek brengen binnen de eigenwoningregeling in uw aangifte inkomstenbelasting. Het maximum aftrekpercentage is voor 2021 bepaald op 43.

Gebruikt u de lening voor het kopen van een (elektrische) fiets of elektrische scooter, dan is het rentevoordeel onbelast.

Let op! Soms kan de Belastingdienst zich op het standpunt stellen dat een personeelslening voor een dga niet mogelijk is. Dit is met name het geval als de mogelijkheid van een personeelslening alleen openstaat voor de dga zelf en niet voor andere werknemers van de bv.

Als u als aandeelhouder leent, staat ook hier het zakelijke handelen voorop. Leent u voor consumptieve doeleinden of bijvoorbeeld om hiermee in privé te beleggen, dan valt de lening als schuld bij u in box 3. De door u aan de bv betaalde rente is bij u niet aftrekbaar, maar bij de bv als ontvangen rente wel belast.

Let op! Geld lenen van de bv voor beleggingen in privé is alleen aantrekkelijk als het rendement op deze beleggingen hoger is dan de nettorente die u aan de bv moet betalen.

Rekening-courant

In de praktijk hebben veel dga’s een rekening-courantverhouding met de bv. Bij een rekening-courant met afwisselende debet- en creditstanden heeft de staatssecretaris van Financiën goedgekeurd dat er onder voorwaarden geen rente in box 1 in aanmerking hoeft te worden genomen als het saldo van de rekening-courantverhouding gedurende het kalenderjaar niet hoger is dan € 17.500 positief en niet lager is dan € 17.500 negatief. De bv mag in dat geval de rente niet in aanmerking nemen. U mag een eventuele rekening-courantschuld niet in box 3 opnemen.

Let op! Zodra het saldo op de rekening-courant hoger is dan € 17.500, moet er over het hele jaar over het hele bedrag rente worden berekend.

Sparen in de bv

U kunt ook sparen in uw bv en privékapitaal als vermogen in de bv brengen. Het werkelijke rendement is dan bij de bv belast, in plaats van een forfaitair rendement dat bij u in box 3 belast is en hoger wordt verondersteld naarmate uw vermogen groter is. Met name als u de risico’s van beleggen wilt vermijden, is dit een optie om te overwegen.

Let op! Sparen in de bv kan ook aantrekkelijk zijn als u toeslagen krijgt. Vermogen in uw bv telt immers niet mee voor de vermogenstoets die bij toeslagen geldt en die als gevolg heeft dat u vanaf een bepaald vermogen geen recht meer heeft op de meeste toeslagen.

Wetsvoorstel nieuwe maatregelen

Het kabinet wil per 1 januari 2023 een rekening-courantmaatregel invoeren om excessief lenen van de dga bij de eigen bv te ontmoedigen, in de volksmond ‘dga-taks’ genoemd. Hiervoor is een wetsvoorstel in de maak. De maatregel houdt kort gezegd in dat het bedrag dat boven € 500.000 wordt geleend bij de dga als inkomen uit aanmerkelijk belang in aanmerking wordt genomen. De drempel van € 500.000 in de rekening-courant geldt voor de dga en zijn partner gezamenlijk. Deze maatregel geldt voor alle schulden, ongeacht waarvoor deze zijn aangegaan. Alleen bestaande en nieuwe eigenwoningschulden zijn uitgezonderd.

Let op! Het wetsvoorstel moet  nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.

Lenen voor de eigen woning

De bv kan u ook een lening verstrekken voor de aanschaf, verbouwing of het onderhoud van een eigen woning. Uitgaande van een reële leningsovereenkomst is de rente voor u als eigenwoningrente aftrekbaar in box 1 tegen maximaal een tarief van 43% (2021) en bij de bv belast. Met ingang van 2013 moet een nieuwe eigenwoninglening aan aflossingseisen voldoen om voor renteaftrek in aanmerking te komen. Heeft u uw bestaande eigenwoninglening bij de bv sindsdien verhoogd, dan moet u voor deze verhoging ook rekening houden met de nieuwe regels. Voor het nieuwe leningdeel is de rente alleen nog aftrekbaar als de lening in maximaal dertig jaar en ten minste volgens een annuïtair schema volledig wordt afgelost.

Let op! Heeft u sinds 1 januari 2013 geld geleend voor de eigen woning bij de bv, dan geldt voor u een informatieplicht. U moet de Belastingdienst tijdig informeren over deze hypothecaire geldlening. Gegevens van de eigenwoninglening bij de bv kunt u doorgeven via uw jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting.

Let op! De aftrek van de hypotheekrente in de hoogste belastingschijf is dit jaar (2021) beperkt tot 43% en volgend jaar tot 40% (2022). De hypotheekrenteaftrek wordt  verder beperkt tot 37,05% in 2023. Na 2023 is geen verdere beperking van de aftrek voorzien.

Tot slot

U kunt voordelig uit zijn als u zakendoet met uw eigen bv. In deze advieswijzer staan slechts enkele mogelijkheden benoemd. Wij vertellen u er graag meer over.

Alsnog NOW voor eerdere kwartalen? Deadline 16 juli!

Derde aanvraagperiode NOW (vanaf oktober 2020)

VirusDe derde aanvraagperiode NOW (vanaf oktober 2020) sloot al eind december 2020. Op dat moment was de regel nog dat de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) meetelde als omzet. Ondernemers die daardoor het benodigde omzetverlies van minimaal 20% niet haalden, vroegen voor deze periode waarschijnlijk geen NOW aan.

TVL telt niet meer mee als omzet

Onlangs is echter bekendgemaakt dat de TVL alsnog vanaf de derde aanvraagperiode NOW niet meetelt als omzet. Door het niet meetellen van de TVL heeft de ondernemer dus een lagere omzet. De ondernemer haalt daarom misschien alsnog het benodigde omzetverlies van minimaal 20%.

Alsnog NOW aanvragen

Deze ondernemers kunnen nu alsnog voor de derde aanvraagperiode (vanaf oktober 2020) NOW aanvragen. Dit kan door te bellen met UWV Telefoon NOW.

Let op! Deze mogelijkheid is geopend tot en met 16 juli 2021.

Vierde aanvraagperiode NOW (vanaf januari 2021)

Ook voor de vierde aanvraagperiode NOW (vanaf januari 2021) kan een ondernemer alsnog NOW aanvragen. De aanvraagperiode van deze vierde periode sloot half maart 2021. Verliest een ondernemer door het niet meer meetellen als omzet van de NOW minimaal 20% omzet en vroeg deze ondernemer de NOW nog niet aan? Dan kan dit nu alsnog tot en met 16 juli 2021 door te bellen met UWV Telefoon NOW.

Tip! De vijfde aanvraagperiode NOW (vanaf april 2021) loopt nog tot en met 30 juni 2021 17.00 uur. Het niet meer meetellen van de TVL als omzet, kan dus voor deze aanvraagperiode in de reguliere aanvraag worden meegenomen.

Geen actie nodig als NOW al is aangevraagd

Vroeg u al NOW aan voor de derde en vierde aanvraagperiode? Dan hoeft u niet nogmaals een aanvraag te doen. Bij de definitieve vaststelling van de NOW over deze perioden wordt alsnog rekening gehouden met het niet meer meetellen van de TVL als omzet.

Let op! Voor de eerste en tweede aanvraagperiode NOW telt de TOGS (de voorloper van de TVL) en de TVL nog wel mee als omzet. U kunt voor deze perioden dan ook niet alsnog NOW aanvragen.

Uiterlijk 31 juli berekening tegemoetkomingen Wtl

Wet tegemoetkomingen loondomein

PraktijkDe Wet tegemoetkomingen loondomein bestaat uit een drietal tegemoetkomingen voor werkgevers. Deze tegemoetkomingen in de loonkosten hebben betrekking op werknemers met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt. Het betreft het loonkostenvoordeel (LKV) voor gehandicapte en oudere werknemers, het lage inkomensvoordeel (LIV) en het lage inkomensvoordeel voor jongeren (jeugd-LIV).

Voorlopige berekening

U heeft uiterlijk 14 maart een voorlopige berekening van de tegemoetkomingen gehad. Dit betreft de tegemoetkomingen over het jaar 2020. Hierin staat per werknemer het bedrag van de tegemoetkoming gespecificeerd. Bij fouten kon u deze tot 1 mei wijzigen.

Definitieve berekening

De definitieve berekening van de tegemoetkomingen ontvangt u uiterlijk 31 juli. Het bedrag van de tegemoetkomingen ontvangt u uiterlijk zes weken later.

Fouten in aangiften?

Heeft u fouten gemaakt in uw aangiften voor de loonheffingen over 2020, dan bent u verplicht die te herstellen. U krijgt hierdoor echter geen hogere Wtl. Heeft u echter te veel Wtl ontvangen, dan zal de Belastingdienst dit bedrag wel terugvorderen.

Heeft u vragen over de beschikking Wtl, neem dan contact met ons op.

Advieswijzer Btw en buitenland 2021

In deze advieswijzer wordt op hoofdlijnen nader ingegaan op btw-verplichtingen waarmee u te maken kunt krijgen als u zakendoet met het buitenland.

Let op! Vanwege de coronacrisis kunnen ondernemers tot en met 30 juni 2021 online om uitstel van betaling vragen voor de betaling van onder andere de verschuldigde omzetbelasting. U krijgt dan automatisch uitstel van betaling voor een periode van drie maanden. Heeft u al bijzonder uitstel van betaling, dan kunt u vragen het te verlengen. Ook dit kan tot en met 30 juni 2021. Vanaf 1 juli moet u nieuwe belastingschulden weer voldoen. Schulden waarvoor u uitstel van betaling kreeg, moet u vanaf 1 oktober 2022 in 60 maanden aflossen.

InternationaalOndernemers met een belastingschuld van minder dan € 20.000 kunnen langer uitstel krijgen door bewijsstukken te sturen waaruit blijkt dat de omzet of de bestellingen/reserveringen aanzienlijk zijn gedaald ten opzichte van vorige maanden. Bij een hogere belastingschuld is een verklaring nodig van een derde-deskundige, zoals een accountant.

Ook andere EU-landen hebben ondersteunende maatregelen genomen vanwege de coronacrisis. Moet u btw afdragen in een andere lidstaat, informeer dan bij de Belastingdienst van het betreffende land of er soortgelijke maatregelen zijn getroffen.

Waar en door wie is btw verschuldigd?

Om te bepalen waar – in Nederland of in het buitenland – btw verschuldigd is, is het essentieel om eerst vast te stellen waar de prestatie wordt verricht. Is dit in Nederland, dan heeft u te maken met Nederlandse btw-verplichtingen. Is dit in het buitenland, dan heeft u te maken met btw-verplichtingen in het buitenland.

Let op! De plaats waar u zich bevindt op het moment dat u een prestatie verricht, is lang niet altijd de plaats waar de prestatie verricht wordt voor de btw. Maak daarom niet de vergissing om automatisch aan te nemen dat bijvoorbeeld een dienst die u in Nederland verricht, ook daadwerkelijk in Nederland belast is.

De regels om vast te stellen waar de prestatie verricht wordt, zijn niet eenvoudig. Van belang is om in ieder geval onderscheid te maken tussen de levering van goederen en het verrichten van diensten. Voor beide categorieën gelden namelijk andere regels.

Tip! Bepalen de regels dat uw prestatie in het buitenland verricht wordt, dan hoeft u lang niet altijd in het buitenland ook daadwerkelijk btw te betalen. In veel gevallen kan namelijk een verleggingsregeling worden toegepast, waarbij u de btw kunt verleggen naar uw afnemer. Deze zal dan zorg moeten dragen voor de afdracht van de buitenlandse btw.

Levering van goederen

Levering van goederen aan een ondernemer in de EU

Bij levering van goederen aan een ondernemer in de EU zal over het algemeen sprake zijn van een intracommunautaire levering (ICL) tegen het 0% btw-tarief. Voorwaarde is dat de goederen vanuit Nederland naar een ander EU-land worden vervoerd en dat u over het btw-identificatienummer beschikt van de in dat EU-land gevestigde ondernemer.

Tip! U kunt het btw-identificatienummer van uw afnemer checken op deze site.

U berekent 0% btw, maar geeft deze levering wel aan (tegen 0% btw) in uw btw-aangifte en in uw opgaaf intracommunautaire prestaties. Uw buitenlandse afnemer verricht in het andere EU-land een intracommunautaire verwerving (ICV) en draagt daar de btw af tegen het daar geldende btw-tarief (maar kan over het algemeen deze btw in zijn aangifte ook weer in aftrek brengen).

Voorbeeld

U levert goederen aan een ondernemer in Frankrijk met een btw-identificatienummer. De goederen worden in verband met de levering vanuit Nederland naar Frankrijk vervoerd. Deze levering betreft een ICL. Voor de btw vindt de levering plaats in Nederland tegen het 0% btw-tarief. Uw Franse afnemer verricht in Frankrijk een ICV. Hij draagt de btw hierover in Frankrijk af tegen het daar geldende btw-tarief.

Levering van goederen aan particulieren in de EU tot 1 juli 2021

Bij levering van goederen aan een buitenlandse particulier of ondernemers die niet btw-plichtig zijn, is sprake van zogenaamde afstandsverkopen. Deze levering vindt in beginsel plaats in Nederland. Afhankelijk van het soort goederen dat u levert, bent u 9 of 21% btw verschuldigd. Vanaf het moment dat u een daarvoor vastgesteld btw-drempelbedrag overschrijdt, is de levering echter belast in het EU-land van uw afnemer. Voor veel landen is het drempelbedrag vastgesteld op € 35.000. Er zijn echter diverse landen met een afwijkend drempelbedrag. U moet zich na overschrijding van het drempelbedrag aanmelden bij de Belastingdienst van dat EU-land en daar btw afdragen. Het tarief zal afhankelijk zijn van de tarieven in het betreffende EU-land. Het drempelbedrag geldt per land en dus niet per afnemer!

Wilt u de drempels niet in de gaten houden of is het btw-tarief in het andere EU-land lager dan in Nederland, dan wilt u wellicht meteen al buitenlandse btw in rekening brengen. Dat kan als u ervoor kiest om de drempelbedragen niet toe te passen. U brengt dan vanaf het begin meteen buitenlandse btw in rekening, ook als de drempelbedragen nog niet overschreden zijn. Om dit te kunnen doen, moet u een verzoek indienen bij de Belastingdienst. De keuze geldt voor minimaal twee jaar.

Levering van goederen aan particulieren in de EU vanaf 1 juli 2021

Vanaf 1 juli dit jaar gaat de nieuwe EU-btw-richtlijn voor e-commerce gelden en komen er nieuwe regels voor de btw op afstandsverkopen aan consumenten en ondernemers die niet btw-plichtig zijn en die in andere lidstaten van de EU wonen. 

Uniform drempelbedrag

Vanaf 1 juli 2021 geldt één uniform drempelbedrag van € 10.000 voor de levering van goederen aan consumenten in de EU buiten Nederland. Dit drempelbedrag geldt voor alle verkopen aan consumenten in de EU buiten Nederland, dus inclusief de verkoop van digitale diensten. Blijft de ondernemer onder het drempelbedrag, dan berekent hij het Nederlandse btw-tarief en doet hij hier aangifte. Het transport moet dan wel in Nederland beginnen. Als de drempel in enig jaar wordt overschreden, moet direct worden gestart met de berekening van buitenlandse btw en mag de drempel van € 10.000 niet langer worden gebruikt.  

Let op! Het nieuwe drempelbedrag van € 10.000 geldt niet per lidstaat maar voor alle lidstaten tezamen. Alleen als het totaal van alle afstandsverkopen aan consumenten in alle andere lidstaten niet meer dan € 10.000 bedraagt, is deze uitzondering van toepassing.

Het is ondernemers nog steeds toegestaan om geen gebruik te maken van het drempelbedrag en op normale wijze in het buitenland aangifte te doen van afstandsverkopen. Dit kan voordelig zijn als het btw-tarief op de prestaties lager ligt dan in Nederland en met de klant een prijs inclusief btw is afgesproken. Ook kan via de buitenlandse btw-aangifte de buitenlandse voorbelasting van dat land worden teruggevraagd. Uiteraard brengt het wel extra administratieve lasten met zich mee.

Voor 2021 betekent het een wijziging van de regels halverwege het jaar. Daarom is verduidelijkt dat voor het eerste halfjaar de oude drempelbedragen gelden. Vanaf 1 juli mag dan opnieuw worden geteld voor de grens van € 10.000. Voor de omzet in 2021 vanaf 1 juli wordt de periode van 1 januari 2021 tot en met 1 juli 2021 dus niet meegenomen.

Eénloketsysteem

Komen de afstandsverkopen boven het drempelbedrag uit, dan berekent de ondernemer de btw van het land waar de consument woont. De ondernemer moet de btw daar ook afdragen en er aangifte doen. Hij kan vanaf 1 juli echter ook kiezen voor een eenvoudig éénloketsysteem.

In dit éénloketsysteem kan de ondernemer de in andere EU-landen verschuldigde btw aangeven en afdragen bij de Nederlandse Belastingdienst. Hij moet zijn bedrijf dan aanmelden voor de ‘Unieregeling’ binnen het nieuwe éénloketsysteem van de Belastingdienst. Zij zorgen dan dat de verschuldigde btw aan de diverse EU-landen wordt doorbetaald. Aanmelding kan vanaf 1 april 2021 via Mijn Belastingdienst Zakelijk.

Via het éénloketsysteem kan geen voorbelasting worden teruggevraagd. Als er buitenlandse btw in rekening is gebracht, moet die worden teruggevraagd via een teruggaafverzoek buitenlandse btw. Het rechtstreeks terugvragen van buitenlandse btw kan wel als ervoor wordt gekozen om in het buitenland aangifte te doen.

Sinds 18 mei 2021 is het ook mogelijk niet-EU-ondernemers aan te melden. Hiervoor is een tussenpersoon verplicht. Die moet gevestigd zijn in het land waar de niet-EU-ondernemer zich wil aanmelden.

Overige gevolgen

Het nieuwe systeem betekent dat ook de btw-vrijstelling tot € 22 vervalt die nu geldt voor invoer van goederen buiten de EU. Wel blijft gelden dat er op invoer tot een bedrag van € 150 geen invoerrechten verschuldigd zijn.

MOSS wordt OSS

Leveranciers van digitale e-commercediensten kunnen nu voor consumenten binnen de EU al gebruikmaken van een éénloketsysteem, het zogenaamde MOSS-systeem. Door de nieuwe regeling wordt dit systeem getransformeerd tot OSS en geldt dat dit gebruikt kan worden wanneer e-commercediensten en afstandsverkopen samen een omvang hebben van meer dan € 10.000.

Levering van goederen aan een ondernemer of een particulier buiten de EU

Bij levering van goederen aan een ondernemer of een particulier buiten de EU, is sprake van export als de goederen naar een land buiten de EU worden vervoerd. Over export bent u 0% btw verschuldigd. Voorwaarde hiervoor is wel dat u kunt aantonen dat de goederen de EU hebben verlaten. U berekent 0% btw, maar geeft deze export wel aan (tegen 0% btw) in uw btw-aangifte.

Overige leveringen

Hiervoor zijn de hoofdregels voor de levering van goederen beschreven. Er zijn echter situaties denkbaar waarbij de regels anders uitwerken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de levering van nieuwe of bijna nieuwe vervoermiddelen of aan ABC-leveringen. Dit zijn leveringen waarbij de goederen door A aan B worden verkocht en vervolgens door B aan C doorverkocht. De goederen worden echter rechtstreeks door A aan C geleverd. Voor deze situaties gelden andere regels.

Tip! Overleg altijd met onze adviseurs over de btw-regels die in uw specifieke situatie van toepassing zijn.

Verrichten van diensten

Diensten aan een ondernemer in de EU

Volgens de hoofdregel is de dienst aan een ondernemer uit een ander EU-land belast in het land van uw afnemer. U berekent dan geen Nederlandse, maar ook geen buitenlandse btw. U verlegt de btw namelijk naar uw afnemer en uw afnemer geeft de btw aan in zijn eigen land (tegen het daar geldende btw-tarief). U geeft de dienst wel aan in uw eigen btw-aangifte en uw opgaaf intracommunautaire prestaties.

Let op! Op deze hoofdregel gelden uitzonderingen. Bijvoorbeeld als de dienst betrekking heeft op onroerende zaken, het verlenen van toegang tot bepaalde evenementen, verhuur van een vervoermiddel voor een korte periode, personenvervoer of restaurant- of cateringdiensten. Laat u daarom altijd vooraf goed informeren door onze adviseurs over de btw-regels in uw eigen situatie.

Diensten aan een ondernemer buiten de EU

Diensten aan een ondernemer buiten de EU zijn over het algemeen belast in het land van uw afnemer. In de Nederlandse aangifte geeft u hiervan niets aan. Informeer in het land van uw afnemer aan welke verplichtingen u daar moet voldoen.

Diensten aan een particulier

Volgens de hoofdregel is de dienst aan een particulier in het buitenland belast in Nederland. U berekent hierover Nederlandse btw. Ook hier zijn echter vele uitzonderingen mogelijk, bijvoorbeeld bij een dienst met betrekking tot een onroerende zaak, bij vervoersdiensten, restaurantdiensten, bemiddelingsdiensten etc.

Ook voor bepaalde andere diensten, zoals reclame- of adviesdiensten die u verricht aan een particulier buiten de EU, gelden andere regels. Deze diensten zijn over het algemeen belast in het land waar uw particuliere afnemer gevestigd is.

Teruggaaf van in EU betaalde btw

Als u in 2020 als ondernemer ergens in de EU goederen en diensten heeft gekocht, kunt u de btw via de Nederlandse Belastingdienst terugvragen. U moet aan speciale formaliteiten voldoen en uw btw vóór 1 oktober 2021 terugvragen. Te laat teruggevraagde btw bent u kwijt. Bij in de EU betaalde btw kunt u denken aan btw op getankte brandstof of bijvoorbeeld aan btw op een taxirit of een hotelovernachting tijdens een congres. Het gaat dus om alle btw op zakelijk aangeschafte goederen en diensten, door u of door een van uw medewerkers.

Inloggegevens

Als u btw wilt terugvragen, moet dat digitaal via de volgende site: https://eubtw.belastingdienst.nl/netp/. Daarvoor dient u over inloggegevens te beschikken. Vraagt uw adviseur de btw voor u terug, dan heeft u allebei inloggegevens nodig. Heeft u in een voorgaand jaar al btw teruggevraagd uit een EU-land, dan heeft u reeds inloggegevens en dient u die te gebruiken. U kunt geen nieuwe aanvragen, dus bel met de Belastingtelefoon als u ze kwijt bent. Is het de eerste keer dat u btw uit de EU terugvraagt, vraag dan inloggegevens aan via het formulier op de site van de Belastingdienst (www.belastingdienst.nl, zoekterm ‘aanvraag inloggegevens’). U moet dit formulier invullen, afdrukken en opsturen. Dit kan tot vier weken duren.

Indienen verzoek tot teruggave

Als u met uw gegevens bent ingelogd, kunt u een verzoek tot teruggave van betaalde btw indienen. Dit moet u per EU-land specificeren. Van de aangeschafte goederen en diensten moet u onder meer de factuurdatum en het factuurnummer invullen. Voor teruggave van de btw uit sommige landen moet u facturen meesturen; ook dit kan alleen digitaal.

Let op! Uw verzoek om teruggave van in 2020 betaalde btw moet per land minstens € 50 aan btw betreffen en moet vóór 1 oktober 2021 ingediend worden. Onder deze drempel beslist het betreffende land zelf of hij uw btw terugbetaalt. Grotere bedragen kunt u al in de loop van het kalenderjaar terugvragen als het bedrag minstens € 400 per drie maanden is.

Tot slot

De btw-wetgeving is niet eenvoudig. Er gelden hoofdregels, maar het zijn met name de uitzonderingen hierop die het ingewikkeld maken. Bijna geen enkele situatie is echt standaard. Overleg daarom met onze adviseurs over de btw-regels voor uw eigen, specifieke situatie.

Wat wilt u weten over de digitale bewaarplicht?

Gegevens raadplegen

AdministratieDe bewaarplicht houdt ook in dat de bewaarde gegevens te raadplegen moeten zijn. Dit betekent dat bijvoorbeeld oude apparatuur bewaard moet blijven als bepaalde digitale bestanden alleen op die manier te raadplegen zijn. Denk bijvoorbeeld aan de oude floppydisk of een eerdere Windows-versie.

Niet alleen Auditfile

De Auditfile Financieel is een uittreksel van het grootboek en wordt door de meeste boekhoudpakketten in Nederland ondersteund. Het is echter niet voldoende om alleen de Auditfile te bewaren, omdat hierin lang niet alle administratieve boekingen zijn opgenomen.

Conversie

Het is toegestaan om gegevens van het ene opslagmedium naar een andere over te brengen, zoals het scannen van een papieren document of de inhoud van een cd-rom naar een USB-stick. Hiervoor geldt wel de voorwaarde dat de conversie juist en volledig gebeurt, dat de geconverteerde gegevens gedurende de gehele bewaartermijn beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd te reproduceren, leesbaar te maken en te controleren.

Papieren documenten niet bewaren

Als u aan genoemde voorwaarden voldoet, hoeven de originele documenten niet meer te worden bewaard. Daarbij zal de digitale versie de plaats innemen van het origineel. In principe kunnen alle documenten worden geconverteerd, met uitzondering van de balans, de staat van baten en lasten en van bepaalde douanedocumenten.

Elektronische communicatiemiddelen

Ook digitale agenda’s en berichten zoals via e-mail, WhatsApp, sms en Facebook dienen ook bewaard te worden, voor zover ze zakelijk zijn. Bij een controle moeten deze gegevens ter beschikking worden gesteld in de vorm waar de inspecteur om vraagt.

Let op! Als er geen duidelijke scheiding tussen zakelijke en persoonlijke informatie wordt aangebracht, moeten dus ook privégegevens worden bewaard.

Heeft u vragen over de bewaarplicht, neem dan contact met ons op.

Advieswijzer Auto: zakelijk of privé? 2021

Rekensom is niet eenvoudig

AutoHet is niet eenvoudig om te beoordelen wat voordeliger is: een auto op de zaak of in privé rijden. De beoordeling is namelijk afhankelijk van een groot aantal factoren, zoals de hoogte van de afschrijvingen, de onderhoudskosten, de verzekeringskosten, de motorrijtuigenbelasting, eventuele financieringskosten, de CO2-uitstoot van de auto, het aantal in een jaar te rijden privé- en zakelijke kilometers en de btw-gevolgen. Als u deze gegevens helder voor ogen zou hebben, kunt u berekenen wat het voordeligst is. Over het algemeen zijn deze gegevens echter niet volledig bekend en zal van schattingen moeten worden uitgegaan. De werkelijkheid kan dan afwijken van de berekeningen. Vervolgens moet u ook nog rekening houden met belastingtarieven en inkomensafhankelijke heffingskortingen, die ook nog eens regelmatig wijzigen.

Let op! Bent u ondernemer in de inkomstenbelasting, dan mag u doorgaans kiezen of u de auto tot uw ondernemingsvermogen rekent of tot uw privévermogen. Die keuze heeft u echter niet als u maar maximaal 500 kilometer per jaar privé met de auto rijdt. U moet de auto dan verplicht tot het ondernemingsvermogen rekenen. Rijdt u minder dan 10% van het aantal kilometers zakelijk, dan moet u de auto verplicht tot het privévermogen rekenen.

De rechtbank in Groningen heeft in 2019 beslist dat u een auto waarmee meer dan 500 km zakelijk wordt gereden, toch als ondernemingsvermogen aan kunt merken. De rechtbank achtte niet van belang dat minder dan 10% zakelijk werd gereden. In hoger beroep heeft het gerechtshof Leeuwarden begin 2021 echter beslist dat toch vereist is dat minstens 10% van het aantal gereden kilometers zakelijk moet zijn om de auto als ondernemingsvermogen aan te kunnen merken. De Hoge Raad zal hier in cassatie nog over moeten oordelen.

Auto van de zaak

De auto van de zaak heeft een aantal voordelen:

  • Als u de auto tot het ondernemingsvermogen rekent, worden de aanschaf- en alle overige (auto)kosten betaald door uw onderneming.
  • U kunt de overige autokosten (denk aan bijvoorbeeld onderhoud, brandstof, verzekering, motorrijtuigenbelasting, maar ook financiering-, parkeer- en waskosten) aftrekken van de winst van uw onderneming en bovendien jaarlijks de afschrijving op de auto ten laste van de winst brengen.
  • Voor auto’s zonder CO2-uitstoot heeft u recht op milieu-investeringsaftrek (zie hierna). Dat geldt onder omstandigheden ook voor de eventuele laadpaal.

Tip! Schaft uw onderneming in 2021 een auto met een CO2-uitstoot van 0 gr/km aan, dan geldt een bpm-vrijstelling. Deze vrijstelling blijft nog tot en met 2024 in stand. Voor auto’s met een CO2-uitstoot van 0 gr/km geldt bovendien in 2021 een vrijstelling motorrijtuigenbelasting. Ook deze vrijstelling blijft tot en met 2024 in stand. Bedraagt de CO2-uitstoot van uw plug-inhybride maximaal 50 gr/km, dan betaalt u in 2021 de helft van het tarief dat voor een gewone personenauto geldt. Ook dit voordeel blijft tot en met 2024 in stand.

Schaft u in 2021 een milieuvriendelijke auto aan en rekent u deze tot het ondernemingsvermogen, dan komt u mogelijk in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek (MIA). De MIA geldt voor een waterstofpersonenauto met een CO2-uitstoot van 0 gr/km. Voor deze auto geldt ook de VAMIL (willekeurige afschrijving tot 75%). Voor elektrische auto’s met een CO2-uitstoot van 0 gr/km kunt u eveneens MIA verkrijgen. Er gelden verschillende aftrekpercentages en er zijn maxima gesteld aan de in aanmerking te nemen investeringsbedragen.

Soort auto MIA %Maximaal in aanmerking te nemen investeringsbedrag VAMIL 
Waterstofpersonenauto
(eventueel incl. laadstation) 
36% € 75.000ja
Elektrische auto
(eventueel incl. laadstation)
13,5% € 40.000nee

De auto van de zaak brengt ook een aantal nadelen met zich mee:

  • Bij verkoop van de auto realiseert uw onderneming mogelijk een belaste winst. Het kan echter ook dat u een aftrekbaar verlies realiseert.
  • Als u de auto van de zaak ook privé gebruikt, krijgt u in de meeste gevallen te maken met een bijtelling privégebruik auto.
  • Uw onderneming moet btw betalen over de waarde van het privégebruik auto. Kunt u dit privégebruik niet bepalen, dan geldt in de regel dat de te betalen btw 2,7% van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm) bedraagt. Vanaf het zesde jaar of ingeval bij de aanschaf geen recht op aftrek van btw bestond, is dit 1,5%.

Let op! Verricht uw onderneming ook btw-vrijgestelde prestaties, dan kan sowieso een deel van de btw niet in aftrek worden gebracht. Verricht u bijvoorbeeld voor 40% vrijgestelde prestaties, dan kan ook 40% van de btw niet in aftrek worden gebracht. Ook de niet-aftrekbare btw vanwege het privégebruik wordt dan naar rato verminderd. Bij 40% vrijgestelde prestaties is de correctie dan niet 2,7%, maar 60% (100% -/- 40%) x 2,7%. U kunt immers ook maar 60% van alle btw aftrekken.

Bijtelling privégebruik auto

De fiscale spelregels voor de bijtelling privégebruik auto zijn afhankelijk van uw ondernemingsvorm: bent u directeur-grootaandeelhouder (dga) en opereert u vanuit een bv, dan wordt u voor het privégebruik van de auto belast in de loonbelasting. Bent u echter een ondernemer die opereert vanuit een eenmanszaak, vof, cv of maatschap, dan wordt u voor het privégebruik van de auto belast in de inkomstenbelasting. Voor de laatste categorie kan de bijtelling nooit méér bedragen dan de werkelijke kosten van de auto in dat jaar (inclusief afschrijving).

Voor de meeste auto’s die vanaf 2017 op kenteken zijn gezet, geldt een standaardbijtelling van 22% van de cataloguswaarde (inclusief btw en bpm). Alleen voor auto’s zonder CO2-uitstoot geldt nog een lagere bijtelling. De lage bijtelling is voor auto’s die sinds 2019 op kenteken zijn gezet, beperkt tot een deel van de cataloguswaarde (met uitzondering van auto’s op waterstof). Over het meerdere geldt de normale bijtelling van 22%.  Auto’s zonder CO2-uitstoot die in 2021 al langer dan 60 volle maanden op kenteken staan, krijgen een bijtelling van 15% over € 40.000 en 25% over het meerdere.

Voor een nieuwe auto gelden in 2021 de volgende bijtellingspercentages en CO2-grenzen:

CO2-uitstoot Bijtelling 
0 (op batterij) 12% tot € 40.000, daarboven 22% 
0 (op waterstof) 12% onbeperkt 
Meer dan 0 22% 

Het aanscherpen van de CO2-grenzen heeft niet tot gevolg dat u elk jaar met een nieuw bijtellingspercentage wordt geconfronteerd. Een vastgesteld percentage blijft voor alle auto’s gedurende 60 maanden geldig. Pas na deze periode wordt de bijtelling vastgesteld aan de hand van de dan geldende percentages.

Let op! Een auto met datum eerste toelating tot de weg van uiterlijk 31 december 2016 krijgt na 60 maanden geen bijtelling van 22%, maar van 25%. Dit is alleen anders als het een auto betreft zonder CO2-uitstoot. Hiervoor wordt de bijtelling in 20210 15% tot een cataloguswaarde van € 40.000 en 25% over het meerdere.

Een bijtelling kan achterwege blijven indien u kunt bewijzen dat u op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé met de auto hebt gereden. Woon-werkkilometers worden voor de inkomstenbelasting gezien als zakelijk, ook als u thuis gaat lunchen. Voor de btw gelden die kilometers echter als privé.

Let op! Is uw auto ouder dan 15 jaar? Dan bedraagt de standaardbijtelling geen 22% van de cataloguswaarde, maar 35% van de waarde van de auto in het economisch verkeer.

Privéauto

De auto die u in privé aanschaft, heeft een aantal voordelen:

  • De auto blijft uw privé-eigendom.
  • Bij verkoop van de auto realiseert u in privé mogelijk een onbelaste winst. Het is echter ook mogelijk dat u een niet-aftrekbaar verlies lijdt.
  • U krijgt niet te maken met een bijtelling privégebruik auto.
  • Uw onderneming hoeft ook geen btw te betalen over de waarde van het privégebruik van de auto. De ondernemer in de inkomstenbelasting kan de auto voor de omzetbelasting tot het ondernemingsvermogen rekenen, ook als de auto voor de winstberekening tot het privévermogen is gerekend. Andersom kan dit ook. De keuze voor de omzetbelasting staat dus los van de keuze voor de inkomstenbelasting.
  • U kunt een belastingvrije onkostenvergoeding ontvangen van € 0,19 per zakelijke kilometer (of ten laste van uw winst brengen als u ondernemer in de inkomstenbelasting bent).
  • Bent u dga, dan kunt u mogelijk ten laste van uw vrije ruimte nog een hogere onkostenvergoeding belastingvrij ontvangen. Deze mogelijkheid is afhankelijk van de hoogte van uw vrije ruimte en uw andere vergoedingen en verstrekkingen die zijn toegewezen aan de vrije ruimte.
  • Vanaf 1 juli 2020 krijgen particulieren die een elektrische auto aanschaffen subsidie. Voor nieuwe auto’s bedraagt deze € 4.000, voor gebruikte € 2.000. De subsidie geldt alleen voor elektrische auto’s met een oorspronkelijke cataloguswaarde tussen € 12.000 en € 45.000 en een actieradius van minstens 120 kilometer. De auto mag niet tot het ondernemingsvermogen worden gerekend. Het budget voor nieuwe elektrische auto’s is in 2021 echter al verbruikt, dus kunt u pas in 2022 opnieuw subsidie aanvragen. Voor gebruikte elektrische auto’s is nog wel voldoende budget.

U kunt een deel van de btw op gebruik en onderhoud van de auto in aftrek brengen. Dit kan alleen als uw onderneming btw-belaste prestaties verricht. Verricht uw onderneming ook btw-vrijgestelde prestaties, dan zal geen aftrek van btw mogelijk zijn voor de verhouding vrijgestelde prestaties-totale prestaties.

De auto in privé brengt ook een aantal nadelen met zich mee:

  • U moet zelf in privé de aanschafkosten en alle overige autokosten betalen.
  • U kunt de gemaakte autokosten niet aftrekken van de winst van uw onderneming (met uitzondering van de onkostenvergoeding die uw onderneming aan u verstrekt voor uw zakelijke kilometers) en u kunt ook de afschrijving op de auto niet ten laste van de winst van uw onderneming brengen. De btw die u betaalt bij aanschaf van de auto kunt u niet in aftrek brengen.

Let op! Als uw onderneming nagenoeg alle kosten van uw privéauto aan u vergoedt, kan uw privéauto door de Belastingdienst alsnog als auto van de zaak worden aangemerkt.

De keuze: zakelijk of privé?

Het antwoord op de vraag wat voordeliger is, de auto zakelijk of privé, is afhankelijk van allerlei, vaak niet precies bekende omstandigheden en factoren. Dit maakt het lastig om exact te berekenen wat voordeliger is. Toch is er wel een aantal grove vuistregels te geven. Zo is bij lage afschrijvingskosten of bij veel zakelijke kilometers een privéauto over het algemeen voordeliger. Maak echter geen ondoordachte keuze. Wij kunnen aan de hand van alle gegevens een berekening van de voordeligste variant voor u maken.

Overbrengen naar privé?

Staat een auto eenmaal op de zaak, dan kunt u als ondernemer in de inkomstenbelasting deze in beginsel niet overbrengen naar privé. Overbrengen naar privé kan wel als er fiscaal sprake is van een zogenaamde bijzondere omstandigheid. Daarvan is niet vaak sprake. Een bijzondere omstandigheid is bijvoorbeeld een wetswijziging of uitspraak waardoor u een andere keuze gemaakt zou hebben als u dit zou hebben geweten voordat u besliste de auto op de zaak te zetten. Of als u de auto helemaal niet meer zakelijk zou gebruiken (bijvoorbeeld omdat u een nieuwe auto koopt). Dan bent u zelfs verplicht de auto voortaan tot het privévermogen te rekenen. Deze overgang moet plaatsvinden voor de werkelijke waarde, waardoor u – afhankelijk van de fiscale boekwaarde – een boekwinst of -verlies realiseert. Ook voor de btw kan dit gevolgen hebben.

Ondernemers met een bv?

Een auto op naam van uw bv is in beginsel altijd zakelijk. Bij een bv is overbrengen naar privé wel mogelijk, zelfs als er geen bijzondere omstandigheden zijn. U kunt namelijk de auto altijd van uw bv aan uzelf als dga verkopen. Vervolgens kunt u zakelijke ritten voor de bv maken tegen een vergoeding van € 0,19/km.